Salutogenese
Een andere kijk op gezondheid en ziekte
De meest gangbare opvatting over ziekte, de ‘pathogenese’, gaat uit van het meestal stapsgewijze ontstaan, ontwikkelen en verloop van een aandoening of ziekte. De zieke mens staat centraal.

Het tegenovergestelde is de ‘salutogenese’, die beschrijft hoe gezondheid in stand blijft.
De term komt uit de de antroposofie en is de tegenhanger van het medische ‘pathologie’.

Anders gezegd:  Salutogenese gaat uit van de gezonde mens, terwijl in de pathogenese de zieke mens centraal staat.

Volgens de antroposofische leer bestaat de mens uit vier lagen:

  • het fysieke, tastbare lichaam,
  • het levenslichaam met alle lichaamsprocessen,  
  • de ziel, de laag waar de emoties zich bevinden,
  • de geestelijke kern: gedachten, dromen, idealen.

 

 

In de antroposofische geneeswijze wordt gezondheid  beschouwd vanuit deze vier lagen van de mens. Voor een goede gezondheid is evenwicht tussen deze vier lagen nodig.

Ziekte is in deze theorie de verstoring van het evenwicht in deze lagen. De arts gaat dan samen met de zieke persoon zoeken naar de oorzaak van deze verstoring.

De fysieke gesteldheid staat in contact met de andere drie lagen. Klachten kunnen zich uiten in elk van de vier lagen. Maar de grootste invloed is afkomstig van de geestelijke kern.

De vier lagen nader beschouwd

  • Het fysieke, tastbare lichaam: denk aan warmte/koude, kleding, voeding.
  • Het levenslichaam wordt bepaald door dag/nachtritme, vitaliteit, actief/rust.
  • De ziel wordt gevoed door bij voorbeeld kunst, muziek, natuur.
  • De geest wordt gevoed door meditatie en zienswijzen door middel van spreuken.